IJsselmuiden

Hervormde Gemeente “de Hoeksteen”

Geschiedenis Sinds    de    oprichting    van    de    Hoeksteengemeente    in    1989    werd    in    het    voorlopige onderkomen   gebruik   gemaakt   van   een   elektronisch   orgel.   Ook   toen   in   1993   het huidige   kerkgebouw   in   gebruik   werd   genomen   bleef   dit   zo   uit   kostenoverweging.   Wel was   er   achter   de   orgelwand   een   ruimte   gereserveerd   voor   de   windvoorziening   van een toekomstig pijporgel. De wens van een echt pijporgel bleef echter leven. In   2003   is   er   door   een   orgelcommissie   een   begin   gemaakt   met   een   onderzoek   naar   de mogelijkheden.    Aanvankelijk    ging    de    gedachte    uit    naar    de    overname    van    een bestaand    instrument,    maar    gezien    de    beperkte    hoogte    van    de    kerkzaal    en    het ontbreken    van    een    balustrade    vielen    veel    orgels    af    en    bleek    uiteindelijks    niets passend te zijn. Uiteindelijk   werd   ingegaan   op   een   voorstel   van   de   firma   Kaat   &   Tijhuis,   Orgelmakers te Kampen, voor de bouw van een nieuworgel met bestaand pijpwerk. De   voor   de   windvoorziening   gereserveerde   ruimte   bleek   geschikt   voor   een   te   maken zwelwerk,   achter   het   Hoofdwerk.   De   pedaalregisters   staan   opgesteld   links   en   rechts van het Hoofdwerk. De speeltafel staat vrij voor het orgel. Stijl Er   werd   bij   de   bouw   van   het   orgel   aansluiting   gezocht   bij   de   tweede   helft   van   de   19e eeuw   en   is   vervaardigd   in   een   Frans-symfonische   stijl   van   orgelmeesters   uit   het verleden, zoals Cavaillé Coll en Bätz Witte. Vorm Kasten   speeltafel   zijn   gemaakt   van   massief   eiken.   De   vormgeving   verraadt   duidelijk de 19e eeuwse opzet van het instrument: de speeltafel staat middenvoor het orgel. De    registertrekkers    bevinden    zich    in    3    terrassen    naast    de    klavieren.    De    zwarte toetsen,   de   klavierbakken   en   registerknoppen   zijn   gemaakt   van   ebbenhout.   Het   witte toetsbeleg is gemaakt van runderbeen. Techniek Het   orgel   is   puur   mechanisch   gebouwd.   Het   heeft   6   mechanische   sleeplades,   twee voor   het   Hoofdwerk,   twee   voor   het   Zwelwerk   en   twee   voor   het   Pedaal,   verdeeld   in   C- en   Cis-kant.   Voor   de   windvoorziening   heeft   ieder   werk   een   eigen   magazijnbalg,   die aangesloten zijn op een centrale voorbalg. Pijpwerk Het   meeste   pijpwerk   is   afkomstig   van   het   Verschueren-orgel   (opus   203,   1949)   uit   de voormalige   St.   Josephkerk   te   Arnhem.   Vanwege   de   teruglopende   kerkgang   is   dit gebouw    in    2005    aan    de    eredienst    onttrokken.    Dit    pijpwerk    (ook    gemaakt    door Verschueren),is   aangevuld   met   pijpwerk   van   het   voormalig   Pels-orgel   (1950)   uit   de Zwolse   St.Jozefkerk   en   een   houten   pedaalregister   uit   het   Van   Leeuwen-orgel   uit   de Zuiderkerkte Apeldoorn. Circa    80%    van    het    pijpwerk    is    eerder    gebruikt    geweest.    Aanvullend    pijpwerk, waaronder    de    drie    tongwerken    en    de    frontpijpen,    zijn    er    in    een    passende samenstelling nieuw bijgemaakt. Aantal pijpen: Orgelmetaal: 1550, hout 168, totaal 1718.
© Gerwin van der Plaats - 2014
HOOFDWERK Bourdon 16' Prestant 8' Salicionaal 8' Roerfluit 8' Octaaf 4' Speelfluit 4' Quint 3' Octaaf 2' Mixtuur 4-5 st Cornet 5 st Trompet 8' Tremulant
ZWELWERK Baarpijp 8' Viola di Gamba 8' Vox Céleste 8' Bourdon 8' Salicet 4' Fluit Harmoniek 4' Nasard 3' Nachthoorn 2' Terts 13/5' Flageolet 1' Hobo 8' Tremulant
PEDAAL Contrabas 16' Subbas 16' Octaaf 8' Gedekt 8' Octaaf 4' Bazuin 16'
KOPPELS: Zwelwerk - Hoofdwerk Pedaal - Hoofdwerk Pedaal - Zwelwerk