Kampen

Chr. Gereformeerde “Eben Haëzerkerk”  

door Kasper Haar

Het huidige kerkgebouw van de Christelijke Gereformeerde Kerk in Kampen is  gebouwd in 1965/66 en werd in gebruik genomen op 15 november 1966. Op dezelfde  plek stond ook het eerste kerkgebouw dat gesloopt werd in 1965. Deze kerk uit 1897  was aanzienlijk kleiner en bestond in eerste instantie uit een verbouwde woning,  waar later in 1926 een tweede woning aan toegevoegd werd. De kerkzaal was in  tegenstelling tot het huidige gebouw op de begane grond en achter in de kerk was  een balkon waarop het orgel stond. In dit kerkgebouw hebben in de periode 1918 -  1965 twee orgels gestaan. Het eerste orgel werd geplaatst in 1918, door wie en wat de dispositie was is  onbekend. Of er vóór 1918 een orgel heeft gestaan is eveneens onbekend, mogelijk  had men toen alleen een voorzanger. Vermoedelijk was het een tweedehands  instrument.Het enige wat nog bekend is dat het een 1-klaviers instrument was met  een aangehangen pedaal. De windvoorziening vond plaats via een handpomp. In het  begin stond het orgel op een balkon achter in de kerk, maar vanwege de uitbreiding  van het aantal zitplaatsen moest het balkon in 1926 vergroot worden, waarbij het  orgel verplaatst werd naar een apart balkon boven de preekstoel en was bereikbaar  via een buitentrap achter het kerkgebouw. Vanwege de slechte staat van het orgel  werd in 1931 een orgelcommissie benoemd met als doel "gelden in te zamelen om te  zijner tijd, zo de Heere het wil, een nieuw orgel in de kerk aan te schaffen". De  commissieleden gingen wekelijks bij gemeenteleden langs om busjes voor dit doel te  legen. In 1935 was men zover dat men op zoek kon gaan naar een nieuw  (tweedehands) orgel. De commissie kreeg begin november 1935 een tip om te kijken  naar een Holtgräve-orgel in de Smedenstraat in Deventer dat door de firma Spiering  uit Dordrecht te koop werd aangeboden. 
© Gerwin van der Plaats - 2014
Vanwege de vernieuwing en uitbreiding van het kerkgebouw was het orgel te klein voor herplaatsing en werd een groter orgel  gekocht bij de firma Spiering met inruil van het oude orgel; hiervoor kreeg men ƒ650,00. De laatste dienst in het oude kerkgebouw in Deventer was op 29 oktober 1935 en sindsdien stond  orgel en kerkbanken te koop. Het orgel werd door de Kamper commissie  zeer geschikt bevonden en op 20 november 1935 werd besloten het orgel te kopen voor het bedrag van ƒ910,00. In een  commissievergadering op 7 december werd de koop besproken en men was in een blijde stemming bijeen "immers de Heere heeft  grote dingen bij ons gedaan, daar wij nu onze lang begeerde wens vervult zien en in het bezit zijn van een ander orgel", aldus de  commissie. Het orgel werd meteen door de firma Spiering overgeplaatst naar Kampen en al op 17 december 1935 kon het tijdens  een feestelijke dienst, bespeeld door Th. van Dijk sr., in gebruik genomen worden. Het orgel werd vrijwel ongewijzigd over-  geplaatst. Alleen de middentoren moest wat ingekort worden en vermoedelijk zijn toen ook de torenbekroningen verdwenen. Ook  werd toen het naamplaatje van Holtgräve vervangen door één van de firma Spiering, zodat jarenlang werd aangenomen dat deze  de bouwer van het orgel is geweest.Het oude orgel werd voor ƒ 50,00 verkocht aan de Chr.Ger. Gemeente op Urk en werd in de  jaren zestig ingeruild bij de firma Koch in Apeldoorn voor een elektronisch orgel. Het tweede orgel was zoals gezegd in 1868  gebouwd door Hermannus Gerhardus Höltgrave (1836 - 1889), hij en zijn vader waren bekende orgelbouwers die veel orgels  gebouwd hebben in de omgeving van Deventer. Bij de nieuwbouw was de dispositie:  Preastant 8' Bourdon 16' Holpijp 8' Viola di Gamba 8' Octaaf 4'         Roerfluit 4' Octaaf 2'        Trompet 8' (bas en discant) Pedaal: aangehangen
De prijs bedroeg in 1868 ƒ 1.160,00. In deze nog steeds oorspronkelijke toestand werd het orgel  overgeplaatst naar Kampen. In 1950/51 vond voor het eerst een  restauratie plaats door de firma L. Eversdijk uit Goes, waarbij de  krakkemikkige windvoorziening werd hersteld en een nieuwe  windmachine werd geplaatst, die nu nog steeds dienst doet.   En er werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om een tremulant aan  te brengen. Ook werd al het pijpwerk en regeerwerk gereviseerd en 7  doorgezakte frontpijpen in de middentoren vervangen; de Viola di  Gamba werd versneden tot een Quint 3'. Nog geen tien jaar later werd  het orgel grondig verbouwd, nu door de firma Van Leeuwen die vlak  daarvoor het orgel van de Burgwalkerk aanzienlijk had verbouwd. De  windlade werd zodanig ingericht dat het orgel omgebouwd kon worden  tot een 2 klaviers instrument, bestaande uit een hoofd- en nevenwerk.  Bijna al het oude pijpwerk werd gelukkig wel behouden en Van  Leeuwen voegde een nieuwe Fluit 2 ' en Mixtuur IV-VI toe.   De voormalige versneden Viola di Gamba nu Quint 3' werd opgeschoven  tot een Quint  1 1/3'. De Trompet 8'  kreeg nieuwe bekers en werd een  Schalmeij 8'. De Bourdon 16' verdween van de manuaallade en werd  een zelfstandig pedaalregister waarbij de deling discant verdween.  Tenslotte kreeg het orgel 2 nieuwe klavieren en een nieuw  pedaalklavier. Zo werd een vroeg romantisch orgel omgebouwd tot een  barokorgel.
HOOFDWERK Preastant 8' (oud behalve laagste 7) Mixtuur 4-6 st. (nieuw) Fluit 2' (nieuwe versneden fabrieks Viola di Gamba, geen groot octaaf) Octaaf 4' (oud) Holpijp 8' (oud)
NEVENWERK Holpijp 8' (transmissie HW) Roerfluit 4'  (oud) Preastant 2'  (oude Octaaf 2') Quint 1 1/3' (oude opgeschoven en aangevulde Quint 3') Schameij 8' (oude Trompet 8' met nieuwe bekers)
PEDAAL Subbas 16' (laagste 2½ octaaf van Bourdon 16' op aparte lade) Of deze verbouwing een verrijking was? Vanuit de zienswijze van 1960 wel maar nu  zeker niet. In deze staat heeft het orgel dienst gedaan tot de afbraak van de kerk in  1965. De laatste dienst was op 14 februari 1965, tevens werd toen afscheid genomen van organist Joosten die van begin af aan organist was geweest. De dag daarop  begon men met de sloop van het kerkgebouw en werd het orgel door firma Van de  Berg & Wendt uit Zwolle/Nijmegen afgebroken.In eerste instantie ging men er  vanuit dat het orgel in de nieuwe kerk terug geplaatst zou worden, maar dit leverde  nogal wat bouwkundige problemen op en besloten werd het orgel te verkopen en  een nieuw orgel te kopen.   De kerkelijke gemeente van de Dorpskerk in Jutphaas was in die tijd juist op zoek  naar een nieuw orgel ter vervanging van het oude Maarschalkerweerd-orgel en het  Holtgräve-orgel bleek uitermate geschikt te zijn voor deze kerk. Van de Berg &  Wendt verplaatste het orgel in 1972 vrijwel ongewijzigd naar Jutphaas  (tegenwoordig Nieuwegein Noord). Toen Gerwin op negenjarige leeftijd werd  benoemd als organist van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt te Nieuwegein, die  destijds kerkte in deze Dorpskerk,  was het orgel nog steeds in de "Kamper toestand" van 1965. In 1999 vond een grote restauratie plaats door de Gebr. Van Vulpen uit Utrecht.  Uitgangspunt was de toestand waarin het orgel opgeleverd was in 1868, maar men  ging niet zover dat het weer een 1-klaviers instrument werd. Er werd een nieuw  bovenwerk geplaatst naar voorbeeld van Holtgräve. Alle ingrepen van Van Leeuwen  inclusief het beruchte Veka-systeem werden verwijderd en de lade werd weer  zodanig ingericht dat de oorspronkelijke dispositie kon worden hersteld. Veel  origineel pijpwerk was gelukkig nog steeds aanwezig en kon worden herplaatst. De  kast werd hersteld en de middentoren werd weer opgehoogd en de manualen,  pedaalklavier en lessenaar werden nieuw in stijl bijgemaakt. De Bourdon werd  gedeeld tussen e° en f°, waardoor door de bas te koppelen aan het pedaal een vrij  pedaal wordt gesuggereerd.   De restauratie is in alle opzichten geslaagd, de klank is bescheiden maar klinkt  uiterst fraai in de tevens gerestaureerde kerkzaal.  
HOOFDWERK Bourdon B/D 16' (deling tussen e° en f°) Preastant 8' Holpijp B/D 8' Viola di Gamba 8' van c° Octaaf 4' Roerfluit 4' Octaaf 2' Trompet B/D 8' BOVENWERK Roerfluit 8' Fluit Travers D 8' Salcicionaal 4' Woudfluit 2' PEDAAL aangehangen
Het huidige orgel  Toen de bouwcommissie in 1965 besloot het oude orgel niet te herplaatsen moest men op zoek gaan naar een nieuw orgel. Er  gingen stemmen op om een elektronisch orgel te plaatsen - orgels die net in opkomst kwamen -  maar gelukkig zag men hier gauw  van af. Als adviseur werd Piet Zwart Jzn. benoemd. Deze was ook al bij de verbouw van het vorige orgel betrokken geweest en had  goede contacten had met de predikant en bouwcommissie mede doordat tijdens de nieuwbouw gekerkt werd in de Burgwalkerk  waar Piet Zwart Jzn. en Theo van Dijk het orgel tijdens de diensten bespeelden. Op aanraden van Piet Zwart kwam men terecht  bij de firma Van de Berg & Wendt in Zwolle/Nijmegen en werd  bij deze firma een offerte aangevraagd en een orgel besteld. De  koopprijs bedroeg ƒ 50.000,00 met aftrek van ƒ 9.000,00 voor het oude orgel. Aanvankelijk zou het nieuwe orgel aan de Buitennieuwstraatzijde komen, wat klanktechnisch een goede oplossing zou  zijn  geweest, maar de architect besloot het orgel boven de hoofdingang te plaatsen. Om dit moge-lijk te maken moest de ingangpartij  verlaagd worden omdat het orgel an-ders niet tussen het balkon en plafond van de kerk zou passen. Bij de ingebruikname van het  kerkgebouw op 15 november 1966 was alleen nog de kast met frontpijpen geplaatst. Totdat het orgel gereed was werd gebruik  gemaakt van het huisorgel van de net in plaats van Joosten benoemde organist Piet van de Boomgaard.
Het orgel is gebouwd conform het mechanische sleepladensysteem en de toen geldende  Neobarok principes. Het is klank-technisch een typisch voorbeeld van een orgel uit de jaren  50/60 dat wil zeggen, dunwandig pijpwerk, flinke winddruk, hard en schel.  
HOOFDWERK Prestant 8' Roerfluit 8' Octaaf 4' Quint 2 2/3 Gemshoorn 2' Mixtuur IV 1 1/3 Zweltrede in 2 standen
NEVENWERK Gedekt 8' Roerfluit 8' Prestant 2' Nasard 1 1/3 Sesquialter II Trompetregaal 8' Tremulant
PEDAAL Subbas 16' Prestant 8' Schalmei 4'
KOPPELS Pos. - HW Pos. - Ped. HW - Ped
Van het begin af aan waren en zijn er nog steeds problemen met de stemming van het instrument, wat grotendeels veroorzaakt  wordt door temperatuurswisselingen en tocht door de plaatsing boven de ingang. Bovendien wordt de kerk doordeweeks niet op  een gelijkmatige temperatuur gehouden. De Trompet Regaal met de korte bekers was vrijwel altijd onbruikbaar en ook de  Schalmei werd vrijwel niet gebruikt. Technisch gezien functioneert het orgel goed tot zeer goed en zijn er zelden klachten over  het mechaniek, maar klanktechnisch ontstonden in de loop van de jaren wel klachten. De klank werd in de kerk als erg hard en  schel ervaren en ook de ontstemmingen door het temperatuurverschil droegen niet bij tot een aangename klank. Het orgel bleef  tot in de  jaren tachtig in onderhoud bij Van de Berg & Wendt hoewel die inmiddels van orgelbouw op caravanbouw(!) was  overgestapt. Toen echter bleek dat de voeten van de grote frontpijpen inzakten en naar beneden dreigden te vallen, besloot de  Commissie van Beheer een andere orgelbouwer te nemen; de Kamper firma Kaat & Tijhuis, bij wie het orgel nog steeds in  onderhoud is. In 1994 werd besloten het orgel schoon te maken en tevens de klank te verbeteren. Adviseur hierbij was Jan Zwanepol.   Het orgel werd opnieuw geïntoneerd, de winddruk werd verlaagd en de zweldeurtjes verdwenen. Ook werden er stemmen  gewisseld, verwijderd en nieuw geplaatst. Zo werd de Quint vervangen door een Open Fluit 4', werd de Nasard opgeschoven tot 2  2/3' en werd de Trompetregaal vervangen door een (gebruikte) Dulciaan 8'. De Prestant 2' van Positief werd verwisseld met de   Gemshoorn  2' van  HW. Op het Pedaal werd de Schalmei 4' vervangen door een Fagot 8'.  De kosten kosten bedroegen circa  ƒ45.000,00. Hoewel het geluid gereduceerd en milder werd, wordt de klank nog steeds als hard en schel en onmuzikaal ervaren. Ook wordt de  Quint op het HW steeds meer gemist omdat er nu geen uitkomende stem meer is op het Hoofdwerk. De ontstemmingen tussen  Hoofdwerk en Positief zijn er nog steeds. Er worden nu  plannen gemaakt om hiervoor een oplossing te vinden. Wil het orgel klanktechnisch naar behoren gaan  functioneren, dan zullen aanpassingen van temperatuur, luchtstroom en aanpassingen en wisselingen van stemmen onvermijdelijk  zijn. Hopelijk wordt op niet al te lange termijn hiervoor een oplossing gevonden, het zou het speelplezier van de organisten  verbeteren de toehoorders aangenamer in de oren klinken. De huidige dispositie is:
Wim Vredeveld (organist 1973 - 2005)
HOOFDWERK Prestant 8' Roerfluit 8' Octaaf 4' Open fluit 4’ Octaaf 2’ Mixtuur IV 1 1/3 Zweltrede in 2 standen
NEVENWERK Gedekt 8' Roerfluit 8' Gemshoorn 2’ Nasard 2 2/3 Sesquialter II Dulciaan 8’ Tremulant
PEDAAL Subbas 16' Prestant 8' Fagot 8’
KOPPELS Pos. - HW Pos. - Ped. HW - Ped
Bronnen: Notulen orgelcommissie 1931-1935 100 jaar Christelijke Gereformeerde kerk Kampen Muziek & Liturgie februari 2002: Zwerftocht Holtgräve-orgel geëindigd in Nieuwegein Het orgel in de Dorpskerk te Nieuwegein-Noord door A. Agterberg
Bovendien was men in de zestiger jaren zo  vooruitstrevend dat men vond dat in een  nieuwe kerk een nieuw orgel geplaatst  moest worden. Zo verdween helaas het  oude orgel uit Kampen. Gezien de  historische waarde, maar ook om de  orgelklank had men bij de nieuwbouw  rekening moeten houden met de  noodzakelijke ruimte en het orgel  gerestaureerd terug moeten plaatsen. In  1967 werd het orgel door Van de Berg &  Wendt vrijwel ongewijzigd verkocht aan de  hervormde Johanneskerk in Nijmegen,  maar al na 4 jaar werd deze kerk gesloten  en herhaalde de geschiedenis zich en  moest opnieuw een bestemming voor het  orgel gezocht worden.  
Voor het positief werden plexiglas deurtjes geplaatst,  zodat er sprake was van een zwelkast. Helaas draaiden  de deurtjes de verkeerde kant uit, zodat het geluid in  plaats van in de kerk tegen de buitenmuur  weerkaatste. Tijdens de ingebruikneming op 12 januari  1967 bespeelde Piet Zwart Jzn. het orgel en tevens  verleende het Gereformeerd Kerkkoor haar  medewerking begeleid door Theo van Dijk.
home biografie organist orgelconcerten dirigent nieuws agenda Cd's contact